Pages Menu
Categories Menu

Posted on 18/04/2017 in Experts | 0 comments

Wat is de eerste stap in integratie van het zorgproces?

Integratie van het zorgproces is een fundamentelere bouwsteen rond (het starten met) VBHC. Waarom? Patiënten komen tijdens een zorgtraject veel verschillende zorgverleners en organisaties tegen. Samenwerking tussen deze zorgverleners loopt niet altijd optimaal. In het ergste geval is er zelfs sprake van miscommunicatie, duplicatie en tegengestelde belangen. Echte patiëntgerichtheid vereist meer en betere samenwerking.

Zorgproces integratie kan zowel binnen het ziekenhuis plaatsvinden in de vorm van zorgpaden en centrumvorming, als ook daarbuiten wanneer de 0e en 1e lijn worden betrokken en we spreken over ketenzorg.

Het integreren van zorgprocessen leidt – als het goed wordt gedaan – tot betere patiëntzorg en hogere doelmatigheid. Bovendien creëert het de mogelijkheid om nieuwe technologieën makkelijker  te adopteren. Maar samenwerking over de schotten heen is ingewikkeld; of dit nu gaat om verschillende afdelingen binnen een ziekenhuis of samenwerking in de bredere keten.

De vraag is natuurlijk: ‘Hoe dit aan te vliegen? Wat is de eerste stap?’. Ik geef u 11 praktische tips om als initiator een goede samenwerking te starten.

  1. Definieer een duidelijke focus
    Baken heel duidelijk af wat wel en niet geïntegreerd gaat worden. Ten eerste: welk ziektebeeld betreft het? Hoe gaat u om met comorbiditeiten? Ten tweede: welk gedeelte van het zorgpad neemt u mee? Begint u bijvoorbeeld met diagnose, behandeling en follow-up? Of neemt u preventie meteen mee? Ten derde: heeft u als doel om alleen processen te verbeteren? Of ook om de financieringsvorm aan te passen, of zelfs (delen van) organisaties te integreren? 
  2. Besef dat samenwerking de grootste uitdaging is
    Integratie van het zorgproces is niet alleen een inhoudelijk vraagstuk. Het is vooral een vraagstuk over samenwerking tussen mensen en partijen. Iedereen heeft zijn eigen belangen en behoeften. Onderlinge relaties zijn niet altijd open of gebaseerd op vertrouwen. Om een succesvolle integratie te realiseren, moet de primaire focus liggen op het bouwen van onderlinge samenwerking en constructieve relaties.
  3. Betrek de juiste mensen in het projectteam
    De gezette kaders bepalen welke belanghebbenden in het team betrokken moeten worden. Denk hierbij niet te smal: het is essentieel om een goede vertegenwoordiging samen te brengen. Denk aan patiënten en zorgverleners in het primaire zorgproces (artsen, verpleegkundigen, thuiszorg). Zij zitten dichtbij de patiënt en vormen de kern van het team. 
  4. Maak besluitvorming expliciet
    Bepaal in een vroeg stadium wie, wanneer, op welke manier besluiten neemt. Selecteer, voor snelle en gedragen besluitvorming, een kleine groep die de belangen goed vertegenwoordigt. 
  5. Maak goede afspraken met bestuurders en zorgverzekeraars
    Maak duidelijke afspraken met bestuurders en de zorgverzekeraar: Hoe wordt de verandering gefinancierd? Hoe wordt de verbeterde zorgkwaliteit beloond? Hoe worden gerealiseerde besparingen verdeeld? En hoe wordt de toekomstige werkwijze bekostigd? 
  6. Beweeg mensen vanuit een gezamenlijk doel
    Definieer een duidelijk gezamenlijk doel. Het integreren van zorg kent vele voordelen, maar de weg er naartoe is niet eenvoudig. Zonder doel en overtuiging komt niemand in beweging. Zorg daarom ook voor een duidelijke “case for change”: waarom is de verandering belangrijk en noodzakelijk? Wat zijn de gevolgen als we niets doen? 
  7. Creëer een win-win situatie
    Bij zorgintegratie zullen sommige zorgactiviteiten verdwijnen of verschuiven naar een andere zorgverlener. Wees bewust dat hierbij “winnaars’ en “verliezers” kunnen ontstaan. Onderzoek daarom samen wat de gezamenlijke belangen zijn. En kijk hoe ook de “verliezers” voordeel uit de integratie kunnen halen. Als iedereen iets te winnen heeft, kunt u samen succesvol veranderen. 
  8. Ga weerstanden niet uit de weg
    Veel mensen gaan weerstanden en conflicten het liefst uit de weg. Dit veroorzaakt een destructieve negatieve onderstroom. Maak weerstanden daarom zo snel mogelijk kenbaar. Stimuleer anderen om deze stap naar transparantie ook te zetten. Dit klinkt eenvoudig, maar vereist veel leiderschap en moed. 
  9. Benader het als een verandertraject
    Veranderen kost tijd, moeite en geld. Stel een team samen dat substantieel tijd beschikbaar heeft, naast eventuele dagelijkse (zorg)werkzaamheden. Zorg dat alle benodigde capaciteiten aanwezig zijn (bijvoorbeeld medisch inhoudelijk en bedrijfsmatig), en definieer een heldere rolverdeling. Draag daarnaast samen de lasten: elke betrokken partij levert een deel van de tijdsinspanningen en/of financiële lasten. Dit verhoogt tevens het eigenaarschap.
  10. Neem de tijd voor analyse en ontwerp
    Neem tijd voor de verkenning van het huidige zorgproces (analysefase), en het ontwerp van de toekomstige situatie. Deze stappen kosten tijd, maar zijn nodig om de juist richting te bepalen en draagvlak te creëren. Dit levert tijdwinst op in een later stadium en vergroot de kans op succes. 
  11. Stel een onafhankelijke regisseur aan
    Zorg voor een onafhankelijke regisseur (persoon of partij) die de verschillende betrokkenen vertrouwen. Hij bewaakt alle bovenstaande tips, om de integratie tot een succes te maken.

Op 11 mei vindt het congres ‘A Brids Eye View on Value Based Healthcare’ in Utrecht plaats. Samen met Harvard professor en grondlegger Michael Porter gaan we dieper in op de inzet van Value Based Healthcare in Nederland. Meer informatie over het congres, de sprekers en het aanmelden: www.digitalezorgevenementen.nl

Auteur: Gérard Klop, oprichter en partner Vintura

Dit artikel is eerder verschenen op Vintura.com

Read More

Posted on 02/02/2017 in Experts | 0 comments

Quantified Self en demanding informed patient: trends die de gezondheidssector in toenemende mate digitaler maken

De digitalisering wordt in de gezondheidszorg steeds belangrijker. Lees over de drie trends, die in 2017 de gezondheidszorg zullen beïnvloeden.

1. De globalisering van geneesmiddelen resp. medische diensten
In tijden van digitalisering zijn medische diensten niet meer beperkt tot alleen lokale ziekenhuizen en artsen. Steeds vaker komen aanbieders voor, die onafhankelijk van ziekenhuizen en verzekeringsmaatschappijen werken. Zo kunnen bijv. röntgenfoto’s, computertomografieën (CT) of magnetic resonance imaging-scans (MRI-scans) ook door autonome instellingen vervaardigd en de opstelling van de diagnose afgegeven worden: diensten, die een diagnose ook op internationaal niveau mogelijk maken.

Private apps, websites enz. maar ook in toenemende mate officiële overheidsdiensten staan de communicatie via telefoon of internet met het overeenkomstige vakpersoneel toe (meestal tegen betaling). Omdat overeenkomstige regelgeving ontbreekt, worden alleen “adviesdiensten” aangeboden, maar de weg naar diagnostiek ligt open.

2. De wereld van “Quantified Self”
Miljoenen gebruikers wereldwijd tellen met fitnessarmbanden, smartphones of smartwatches hun stappen, berekenen het calorieverbruik en bewaken hun slaapritme. Verschillende aanbieders hebben een groot aanbod aan fitnesstrackers, apps en wearables op de markt gebracht, met als doel een uitgebreid beeld te leveren van persoonlijke gezondheidstoestand en prestatieniveau. Deze techniek is nog lang niet volledig ontwikkeld, maar desondanks zijn exactere meetsystemen en nieuwe zakelijke modellen al op komst. In 2017 worden “intelligentere” oplossingen verwacht door het verbinden van deze tools met het klassiek gereguleerde gezondheidswezen.

Nu al bieden particuliere spelers hun verzamelde gegevens geanonimiseerd aan gezondheidsinstellingen aan, om trends te analyseren.

Het gebruik ook door het gevestigde medische systeem heeft echter als voorwaarde, dat deze producten en de software ervan aan een bepaalde norm (certificeringen) moeten voldoen, zodat de gegevens conform gebruikelijke medische richtlijnen gemeten, geregistreerd en geanalyseerd kunnen worden.

3. Demanding informed patient

Nu al is de “geïnformeerde” patiënt steeds veeleisender bij gezondheidszorginstellingen zoals ziekenhuizen of artsen. Dat betekent enerzijds, dat steeds meer patiënten voor het bezoek antwoorden van het internet halen. De diagnose van dr. Google leidt vaak tot een vertekend ziektebeeld maar vooral tot vervalste waarneming van symptomen. Daardoor kan de diagnose van de artsen beïnvloed en dure onderzoeken uitgelokt worden.

Anderzijds betekent deze veeleisende houding ook, dat vaak al voor het bezoek aan arts of ziekenhuis diens betreffende website, aangeboden diensten alsmede beoordelingen gecontroleerd worden. Daarmee staan gezondheidsinstellingen opeens in de spotlight en worden beoordeeld als een consumptieproduct.

Via social media-kanalen worden ervaringen en aandoeningen besproken en dat zorgt enerzijds voor verlichting in de omgang met de ziekte, maar anderzijds worden ongecontroleerde adviezen en subjectieve indrukken gegeven.

In de toekomst zal hier een professionalisering van medische informatie plaatsvinden, die als particulier zakelijk model opduikt of als lange arm van bestaande instellingen van ons gezondheidssysteem.

Auteur dr. Adolf Sonnleitner is chirurg en IT-specialist en is bij Mindbreeze verantwoordelijk voor het gebied Gezondheidszorg.

Read More

Posted on 05/09/2016 in Experts | 0 comments

Zorgverlener, til eHealth naar een hoger niveau

De eerste aanrakingen met internet brachten een visie teweeg over de immense mogelijkheden in communicatie en informatievoorziening. Vijftien jaar later is het merendeel daarvan uitgekomen. Bovendien is een klimaat gecreëerd ideaal voor technologische innovatie, welke inmiddels diep geworteld is in menig commercieel bedrijf.

Sinds zes jaar werk ik als arts assistent voor verschillende GGZ-instellingen. De ontwikkelingen aanschouwend, heb ik daarbij hetzelfde gevoel als in de beginjaren van het internet. Een groeiend aantal bedrijven heeft gezondheidszorg in het beleidsplan opgenomen en zet in op het cultiveren van nieuwe technologieën waaronder eHealth. Echter, in de verpakkings- en transportfase naar ziekenhuizen en GGZ-instellingen lijken vele van deze producten te stranden.

Op de beoogde bestemmingsplaats kom ik frequent zorgverleners en patiënten tegen met innovatieve ideeën. Deze hebben bijvoorbeeld betrekking op het EPD, telemonitoring, zelfmeting en apps. Het merendeel laat het bij deze fase, niet wetende wie zij dienen te benaderen om hun idee verder uit te werken. Het merendeel van de GGZ-instellingen heeft namelijk geen persoon verantwoordelijk voor innovatie op de werkvloer, terwijl dit van levensbelang is in bedrijven die competitief zijn ingesteld. Het is alsof onderzoek en gespreksvaardigheden in het DNA van de zorgverlener volop actief zijn en floreren, maar de genen van innovatie onder invloed van de (zorg-) omgeving uitgeschakeld worden.

Tegenover de vooruitstrevende ideeën bespeur ik bij andere collega’s een scepsis ten aanzien van eHealth; iets wat opgedrongen wordt en wat nog weinig raakvlak heeft met ‘evidence based’. Termen als disruptief en exponentieel wekken argwaan en ongeloof. Daarnaast wordt eHealth regelmatig in een adem genoemd met bezuinigingen en minder tijd voor de patient. Wellicht komt het doordat eHealth een containerbegrip lijkt, hetgeen voor verwarring en misscommunicatie zorgt.

Als we kijken naar de definitie die de overheid hanteert is eHealth: ‘Het gebruik van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën, en met name internettechnologie, om gezondheid en gezondheidszorg te ondersteunen of te verbeteren’. De websites van GGZ-instellingen lezende, wordt eHealth al snel vertaald in online therapie voor diegene die de drempel naar een polikliniek te hoog vinden of die zelf het tijdstip willen bepalen van het starten en pauzeren. Echter, juist in deze vertaalslag blijkt het gebrek aan een overstijgende visie, want eHealth biedt zoveel meer. Er ligt een schone taak van de GGZ om haar zorgverleners en patiënten een ondersteunende structuur te bieden en zo inzicht te laten krijgen in de mogelijkheden en het belang van de juiste innovaties, waaronder die van eHealth. Een nieuwe eHealth visie voor de GGZ wordt voorgesteld:

1. eHealth biedt de mogelijkheid om EPD’s te koppelen
De achilleshiel van de Nederlandse gezondheidzorg is de connectiviteit tussen data. Door gebrek aan samenwerking hebben Nederlandse zorginstellingen miljarden euro’s besteed aan tal van niet communicerende systemen waar patiënteninformatie opgeslagen ligt. Het uitwisselen van patiënteninformatie tussen instellingen kan weken op zich laten wachten en vindt zijn weg grotendeels door middel van de fax. Medicatie overzichten zijn regelmatig niet compleet en hoewel de tendens is dat de patiënt eigenaar is van zijn of haar dossier, en daarmee recht heeft om thuis inzage te krijgen, is met name in de psychiatrie dit een heikel punt. Waar onze overheid getracht heeft om draagvlak te creëren voor een nationaal EPD, laat zij dit initiatief nu over aan de markt. Er ligt een schone taak voor de overkoepelende organisaties van de GGZ, ziekenhuizen en eerste lijn om eensgezind te worden en samen een systeem te vormen. De mogelijkheden liggen al klaar op de internationale markt, waarbij verschillende partijen communicatietechnologieën hebben ontwikkeld om EPD’s te koppelen.

2. eHealth biedt de mogelijkheid voor optimale zorg in huis
Producten worden steeds meer online besteld in plaats van in de winkelstraat gekocht. Loodgieters en elektriciens worden op basis van recensies uitgekozen, en bedrijven gaan failliet omdat de klant een andere ‘manier’ heeft gevonden. Wie is de gezondheidszorg om te denken dat dit geen betrekking op haar gaat hebben? Patiënten blijven al langer thuis wonen, mede omdat het aantal opnamebedden dalende is in de GGZ. Allerlei trends zijn zichtbaar die wijzen dat zorg steeds meer in huis wordt gegeven, waar de patiënt bepaalt wanneer hij of zij de gewenste zorgverlener ziet. Het experiment van Argos Zorggroep met Google Glass springt hierop in en kan naadloos worden overgenomen door de GGZ. Heden worden huisbezoeken door de GGZ met name gedaan door de (sociaal psychiatrisch) verpleegkundige en vindt aan de hand van diens bevindingen overleg plaats met de psychiater. Google Glass zou het mogelijk kunnen maken voor de psychiater en andere teamleden om direct mee te kijken en zo nodig te interacteren.

3. eHealth biedt de mogelijkheid om de opleiding te verbeteren
De opleiding tot zorgverlener in de psychiatrie biedt nauwelijks onderwerpen die gerelateerd zijn aan eHealth of andere vormen van technologische innovatie. Het innovatie vermogen van de zorgverlener in spe komt zo steeds meer in de schaduw te staan en dooft uit op de werkvloer aangezien daar ook nauwelijks kennis wordt aangeboden rondom dit thema. Onderwijs samen met andere disciplines zoals programmeurs en technici, zou de afgeschermde gezondheidszorg kunnen doorbreken. Zo kunnen jonge zorgverleners al in een vroeg stadium inzicht krijgen in de mogelijkheden van technologische innovatie en samen eHealth projecten opstarten. Zo kan een innovatiecultuur worden gecreëerd die gelijkwaardig is aan het doen van wetenschappelijk onderzoek. Dit kan ook dan doorgetrokken worden naar de al werkende zorgverlener die meer in contact zou moeten worden gesteld met technologische universiteiten en gerelateerde bedrijven. Er zijn al enige voorbeelden van Nederlandse ziekenhuizen die een hub trachten te vormen met science parks om zo samen de brug te maken tussen ontwikkeling en implementatie van technologische innovatie.

Verbinding
Het Nederlands zorgstelsel wordt internationaal gerespecteerd, zoals ons voetbal dat ook in het verleden deed. Het is nu aan ons medisch leiderschap om te investeren in het dichten van de kloof met technologische innovatie. Met verbinding tussen ontwikkelaars, zorginstellingen en patiënten kunnen wij toetreden tot een nieuw tijdperk waar technologische innovatie vervlochten is met de huidige pilaren van de Nederlandse zorg. Internationaal is deze ontwikkeling in volle gang, en om het Nederlands zorgstelsel – in tegenstelling tot het voetbal – aan de top te hóuden, is het nu zaak hierbij aan te haken.

De eerste initiatieven daartoe worden ontplooid zoals die van verschillende jonge zorgverleners die de samenwerking opzoeken buiten het traditionele denken. Werkgroep Zorg 2025 biedt hier aandacht aan in haar komend visiedocument, dat op 18 januari 2017 tijdens het evenement ‘Bridge the (g)@pp’ in Utrecht zal worden gelanceerd. De eHealth commissie van De Jonge Specialist schrijft in haar blog djsehealth.nl over de laatste trends en gaat samenwerking aan met ontwikkelaars. De eerste aanrakingen over de kloof zijn een feit; het is tijd om stevige bruggen te bouwen.

Drs. Alexej Kuiper heeft een business administration opleiding cum laude afgerond aan de Erasmus Universiteit en is in opleiding tot psychiater bij Arkin. Hij heeft daarnaast gewerkt bij GGZ InGeest, GGZ Rivierduinen en GGZ Noord Holland Noord. Als bestuurslid van De Jonge Specialist is hij voorzitter van platform Toekomst en Innovatie, afgevaardigde in Werkgroep Zorg 2025 en lid van de Onderhoudsgroep Generieke module eHealth namens de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.

Dit artikel verscheen eerder in Digitalezorg.nl Magazine

Read More

Posted on 06/06/2016 in Experts | 0 comments

Durf de lichten voor beeldzorg op groen te zetten

Als klein land zijn we in best veel zaken heel groot. Even Googlen leert dat wij bijvoorbeeld hartstikke goed zijn in pensioenvoorzieningen, internetbankieren, auto’s recyclen en digitale pathologie. Maar waarom komt iets als beeldzorg dan niet fatsoenlijk van de grond?

Nog zo’n feitje: ongeveer 94 procent van alle Nederlanders heeft toegang tot internet. Daarmee zijn we samen met landen als IJsland, Noorwegen en Denemarken koploper in de wereld. Hetzelfde geldt voor gebruik van sociale media, waarmee we menig ander land de loef afsteken. Deze twee gegevens gecombineerd lijken het perfecte klimaat te scheppen voor beeldzorg, maar toch zijn de afgelopen tien jaar tal van beeldzorgprojecten niet goed van de grond gekomen.

Hiervoor zijn verschillende redenen te geven. Oplossingen met te weinig aandacht voor het menselijke aspect, oplossingen die niet goed zijn uitgelegd, oplossingen die zich enkel beperkten tot gebruik op dure tablets, de technologie die er nog niet klaar voor was omdat 4G nog niet bestond en onvoldoende rekening hield met het wegvallen van de subsidie vanuit de overheid… er zijn tal van redenen te noemen. Maar misschien wel de allergrootste oorzaak ligt bij de status aparte van beeldzorg zoals die binnen organisaties vaak heeft bestaan, wat eerder al terecht werd opgemerkt.

Waarde beeldzorg afhankelijk van rol
Wat in voornoemde blog wordt geconstateerd, klopt: beeldzorg werkt alleen als vast onderdeel van het primaire zorgproces. Begin na een succesvolle pilot niet met een beperkte groep om mee aan de slag te gaan, maar rol het uit naar de complete organisatie. En aarzel niet als het niet direct aanslaat, maar pak door, want een andere eenvoudige manier om goedkopere, maar tegelijkertijd ook (door participatie van het netwerk van cliënt en ketenpartners) betere zorg te gaan leveren, bestaat op dit moment niet.

Daarmee is niet gezegd dat iedere zorgorganisatie voor alle typen van zorg morgen op beeldzorg moet overstappen. Dat zou ook onverstandig zijn, want voor sommigen typen zorg blijft face-to-face contact met begeleiders noodzakelijk, bijvoorbeeld bij bepaalde vormen van intramurale zorg of bij cliënten met een ernstige geestelijke of fysieke handicap. Het gaat om keuzes maken ten aanzien van relevante scenario’s die de uiteindelijke kwaliteit van zorg moeten bevorderen.

Niet te stoppen ontwikkeling
De trend is dat we steeds meer zorg digitaal en op afstand gaan doen en daarbij zoveel mogelijk gebruikmaken van blended care, waarbij een digitale zorgvorm als beeldzorg een ondersteunende, maar zeker geen ondergeschikte rol speelt. Het kan en het bespaart (veel) geld. Bovendien hebben veel doelgroepen hier enorm baat bij: denk aan cliënten die 24 uur per dag een beroep op medewerkers van een zorgorganisatie willen kunnen doen en aan behandelaars die zo snel en eenvoudig een specialist of een familielid van de cliënt erbij kunnen schakelen.

De aanwezigheid van snel internet in Nederland in combinatie met een breed aanbod van devices waarop een op Skype gebaseerde beeldzorgoplossing kan draaien, maakt dat op papier alle ingrediënten voor een effectieve uitrol aanwezig zijn. Dat beeldzorg hier kan werken, bewijzen de organisaties die het al succesvol toepassen Wat wij van hen leren, is dat je altijd beren op de weg tegenkomt maar dat die alleen verdreven worden als beeldzorg top-to-bottom door de hele hiërarchie van de aanbieder als volwassen vorm van zorg beschouwd wordt en er een goed doordacht adoptieprogramma ontwikkeld wordt. Wat let je eigenlijk nu nog om binnen jouw organisatie het startsein voor beeldzorg te geven?

Remco Ploeg is Senior Solution Architect bij Winvision

Read More

Posted on 30/05/2016 in Experts | 0 comments

Een fusie in ieders belang

Het Zeeuwse Admiraal de Ruyter Ziekenhuis gaat samen met het Rotterdamse Erasmus MC. De recent bekend gemaakte fusieplannen moeten nog worden goedgekeurd door adviesorganen en toezichthouder NZa, maar konden links en rechts al wel op veel bijval rekenen. De beschikbaarheid en kwaliteit van de medische zorg in de regio blijft op deze manier behouden, meende de Raad van Toezicht van het Zeeuwse ziekenhuis. De banken waren eveneens positief, net zoals de grootste regionale zorgverzekeraar in Zeeland, CZ.

Ik begrijp al die overwegingen goed, en ze lijken me juist. Beschikbaarheid van medische zorg en de financiële stabiliteit van zorginstellingen zijn belangrijke zaken. Maar het verhaal is daarmee niet compleet. De fusie is namelijk niet alleen in het belang van het Admiraal de Ruyter Ziekenhuis, maar ook van het Erasmus MC.

Topklinische zorg
Dat heeft te maken me de steeds verdergaande specialisatie in de zorg. Academische ziekenhuizen worden geacht zich op topklinische zorg te richten, de zogeheten derde lijn. Dat kunnen de artsen daar immers goed, is de redenering. De meer reguliere behandelingen, in de tweede lijn, kunnen in die visie beter worden uitgevoerd in perifere ziekenhuizen. Daar is de zorg namelijk goedkoper dan in de academische ziekenhuizen.

Strikt boekhoudkundig mag dat allemaal kloppen, maar voor de afzonderlijke academische ziekenhuizen is het toch geen goede zaak. Alleen topklinische zorg leveren is wel erg beperkt voor een gigantisch ziekenhuis als het Erasmus MC. Het gevaar dreigt bovendien dat je losgezongen raakt van de ‘gewone’ zorg. Vandaar dat zo’n fusie met een regionale zorginstelling als het Admiraal de Ruyter Ziekenhuis toegevoegde waarde heeft.

ICT onontbeerlijk
Om de samenwerking op lange termijn tot een succes te maken, is een goed functionerende ICT onontbeerlijk. Want ga maar na wat er allemaal bij zo’n fusie komt kijken. Patiëntgegevens moeten worden uitgewisseld en geïnterpreteerd, de administratie dient op orde te zijn en niet te vergeten de communicatie met zorgverzekeraars. Dan heb je nog de logistiek van het maken van afspraken op verschillende locaties, de planning en de bevoorrading en last but not least de in het huidige tijdsgewricht zo belangrijke managementinformatie.

Ga er maar eens aanstaan. Dat alles stelt de betrokken partijen voor een nieuwe uitdaging. Niet alleen de softwareleveranciers, de zorgverleners en de bestuurders, maar ook de Raad van Toezicht. Uitdagingen die vragen om meer kennis van ICT.

Auteur: Jan Houben, M&I Partners

 

Read More