Pages Menu
Categories Menu

Posted on 18/06/2018 in Uitgelicht | 0 comments

Implementatie bundled payments in zorg vraagt om bundled efforts

Zorgbestuurders en zorgverzekeraars zien Value Based Healthcare en bundled payments (ketenfinanciering) als de weg voorwaarts voor de zorg in Nederland. De drie belangrijkste aandachtsgebieden hierbij zijn: (1) het leiden van de verandering, (2), het doorbreken van de budgetsilo’s en (3) zorgen voor opschaling en standaardisatie. Dat zijn de conclusies in de zojuist verschenen whitepaper ‘Bundled effort om bundled payments te implementeren’.

Op woensdagavond 4 april vond de strategieavond ‘Implementatie VBHC en bundled payments’ plaats, georganiseerd door Stichting Digitalezorg.nl en consultancybureau Vintura i.s.m. ABN Amro en VitalHealth. Circa dertig bestuurder en VBHC-experts van zorgverleners, zorgverzekeraars en industrie discussieerden samen met special guest Harvard Professor Robert S. Kaplan, over wat er nodig is om de implementatie van bundled payment (ketenfinanciering) in Nederland te versnellen. De conclusies van deze avond zijn vastgelegd in de whitepaper ‘Bundled effort om bundled payments te implementeren’. 93% van de aanwezigen zag bundled payments als de weg voorwaarts voor de zorg in Nederland.

Bundled payments is een manier om zorg te financieren waarbij de uitkomst over een geheel zorgpad voor een specifieke aandoening centraal staat. Tijdens de strategieavond bleek dat de aanwezigen bundled payments zien als veelbelovend concept, maar complex om in te richten. Het vraagt om een systeemverandering en een gezamenlijk verantwoordelijkheid van zorgverleners, zorgverzekeraars, overheid en industrie.

Initiatiefnemer Martijn Claus van Stichting Digitalezorg.nl: “Ik geloof dat VBHC onze zorg werkelijk kan veranderen maar dat moet dan wel gepaard gaan met een verandering in hoe wij financieren. Deze financiering moet zodanig ingericht zijn dat het ook werkelijk alle partijen stimuleert om patiëntwaarde te verhogen en zorgkosten te verlagen.” Organisatoren Digitalezorg.nl, Vintura, ABN Amro en VitalHealth hebben als doel om de invoering van VBHC in Nederland te versnellen door het bundelen van kennis en ervaring.

Download “Bundled efoort om om bundled payments te implementeren

 

Read More

Posted on 23/01/2018 in Uitgelicht, Value Based Healthcare | 0 comments

Landelijk congres geeft handvaten voor invoering Value Based Healthcare

Kaplan leert Nederland betere zorg tegen lagere kosten

Om het Nederlandse zorgsysteem betaalbaar te houden en tegelijkertijd meer patiëntgericht te maken is beter inzicht in de werkelijke kosten van de behandeling van een patiënt nodig. Tijdens het Value Based Healthcare-congres op 5 april in Utrecht geeft de bekende Amerikaanse professor Robert S. Kaplan praktische handvaten hoe de Nederlandse zorg betere resultaten kan behalen tegen lagere kosten.

Meer informatie en registratie.

Bij Value Based Healthcare (VBHC) gaat het om de waarde van een behandeling voor een patiënt, gerelateerd aan de kosten over de hele behandelcyclus. Soms zijn behandelingen duur en onnodig, terwijl met minder kosten of een andere aanpak betere resultaten te behalen zijn. Inmiddels is Value Based Healthcare een hot item binnen de zorg. Veel zorginstellingen, verzekeraars en andere partijen zijn er mee bezig.

Vorig jaar kwam VBHC-grondlegger en Harvard-professor Michael Porter naar het congres in Utrecht, dat de Stichting Digitalezorg.nl hierover organiseerde. Dit jaar is zijn collega Robert S. Kaplan te gast. Hij is een van ’s wereld invloedrijkste denkers op het gebied van prestatiemanagement. ,,Juist Robert S. Kaplan biedt de stap om tot verdere inzichten te komen op het gebied van uitkomsten, omdat hij de samen met Michael Porter de kostenrelatie heeft toegevoegd. Waarde voor de patiënt wordt bepaald door de uitkomsten te delen door de kosten die daarbij gemaakt worden. Het een kan niet zonder het ander,” zegt Martijn Claus, organisator en bestuurder bij Stichting Digitalezorg.nl.

Tijdens het congres wordt vooral gefocust op ‘Outcome & Cost’ binnen de zorg. De zorguitgaven in Nederland stegen in 2016 met 1,8 procent tot ruim 96 miljard euro. Dit jaar verwacht het CPB zelfs een toename van 3,5 procent. Ook laait steeds vaker de discussie op of dure medicijnen wel vergoed moeten worden. Value Based Healthcare kan een belangrijke bijdrage leveren aan kostenbeheersing. De essentie is namelijk om kosten te besparen bij behandelingen waarbij geen waarde voor de patiënt te behalen is en juist meer kosten te maken waar wel waarde te behalen is.

Volgens Maarten Koomans, VBHC-pionier sinds 2010 en initiator van de VBHC Prize, is uitkomsten bepalen geweldig. ,,Voor continue verbetering is de benadering van Kaplan het meest geschikt. Via de proces- en kostenanalyse laat hij zien hoe je betere uitkomsten behaalt,” aldus Koomans.

Tijdens het congres worden bijvoorbeeld de resultaten van een pilot gepresenteerd door de Landelijke huisartsenvereniging en huisarts Vincent Coenen over VBHC in de huisartsenpraktijk, wat leidde tot minder verwijzingen naar specialisten en minder diagnostische aanvragen.

Ook worden andere voorbeelden besproken waarbij artsen op basis van ervaring en kennis vaker zelf beslissingen kunnen nemen en behandelingen kunnen uitvoeren die tot een betere uitkomst voor de patiënt leiden. Bijvoorbeeld een langere levensduur, sneller herstel, betere kwaliteit van leven en minder complicaties. Als dit tijdens de hele behandelcyclus wordt gemeten, ontstaat echt inzicht in de kosten van een ziektebeeld.

Het congres ‘VBHC in praktijk’ vindt 5 april plaats in het Media Plaza in de Jaarbeurs in Utrecht. Dagvoorzitter is Maarten Koomans. Andere sprekers die dag zijn Marcel Daniëls (Voorzitter Federatie Medisch Specialisten), Ella Kalsbeek (Voorzitter Landelijke Huisartsenvereniging), Ernst Klunder (Voorzitter Dimence namens Volante), Michel van Agthoven (Dir. Patient Access & Governmental Affairs J&J) en vertegenwoordigers van de NFU (Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra), Nederlandse vereniging van Ziekenhuizen en FiZi (vereniging van financials in de zorg).

https://www.vbhcinpractice.com/

Read More

Posted on 04/04/2017 in Uitgelicht | 0 comments

Waarom starten met VBHC nauwelijks meer een keuze is

Voorlopers bepalen hun eigen toekomst
Voordat je bepaalt waar en hoe je wilt beginnen met Value-Based Healthcare (VBHC), is er de vraag óf en wanneer je moet beginnen. Ga je wachten totdat de overheid beweegt (“top-down”) of ga je er nu al zelf mee aan de slag (“bottom-up”). Eigenlijk is dit nauwelijks een keuze meer: de beweging is al zichtbaar en de wereld is al aan het veranderen. Wat zien we om ons heen?

De patiënt is al aan het veranderen
In de spreekkamer eist de patiënt zijn centrale al rol op: de patiënt is mondiger geworden, is beter geïnformeerd en laat zich niet meer afschepen met loze beloftes. Deze patiënt heeft zich al verdiept in zijn medische conditie (grote kans dat de patiënt aan selfmanagement doet, waarbij hij belangrijke gezondheidsparameters zelf monitort en dit de reden was dat jij naar de dokter is gestapt), en verwacht dat de specialist hem verder helpt. Ofwel: de patiënt gedraagt zich als centrale regisseur en de specialist als gids. De patiënt eist zijn centrale rol op.

Digitalisering is in volle gang
Patiënten van nu raken meer en meer gewend aan mobile devices, apps en telemonitoring mogelijkheden. En dat wordt alleen maar meer! De tijd dat de meerderheid van zorgbehoevenden volledig gewend zal zijn aan het gebruik van hun mobiele telefoon is echt niet ver voor ons uit: over minder dan 10 jaar zal dit volledig vanzelfsprekend zijn. Het gebruik van “mobile devices” in het medische proces zal vanzelfsprekend zijn én verwacht worden.

De concurrentie is al aan het bewegen
De eerste succesvolle initiatieven zijn al zichtbaar: integrale zorg waarbij de uitkomsten die relevant zijn voor de patiënt centraal staan. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ParkinsonNet: een landelijk netwerk van meer dan 3.000 zorgverleners die zijn gespecialiseerd in Parkinson. Als je nu als parkinsonpatiënt behoefte hebt aan fysiotherapie, kun je alleen nog terecht bij een therapeut die hierbij aangesloten is. Anderen worden niet meer vergoed door de zorgverzekeraar.

Mijn advies: ga zelf bewegen! Je zal als speler in het zorglandschap moeten inhaken op deze ontwikkelingen. Het omarmen van de VBHC-principes is hiervoor noodzakelijk: integraal denken vanuit een specifiek zorgpad, meten van zinnige patiëntuitkomsten en je zo organiseren dat je continue deze uitkomsten kunt verbeteren.

Als je dan gaat starten, zie ik de volgende belangrijke succesfactoren:

  • Start met zorgketenintegratie, geleid door een krachtige ketenregisseur: dit kan je zelf zijn, of samen met belangrijke partners uit de keten
  • Bepaal de scope van het zorgpad: vanaf welk punt en tot welk punt ben je verantwoordelijk?
  • Kies de wijze waarop je gefinancierd wilt worden: kies je vooralsnog voor traditionele financiering of ga je direct voor waarde-financiering?
  • Kies je organisatievorm: ga je voor volledig eigenaarschap of wil je (informele) samenwerken?

Mijn conclusie is: we zijn het stadium van de conceptuele discussies voorbij. De daadwerkelijke implementatie van VBHC is inmiddels in volle gang en zodra anderen al bewegen, kun je zelf niet achterblijven. Als je op achterstand komt te staan, gaan anderen voor je bepalen hoe je moet veranderen. Er zijn nu nog voldoende kansen om de regie zelf in handen te nemen, dus begin!

Op 11 mei vindt het congres ‘A Brids Eye View on Value Based Healthcare’ in Utrecht plaats. Samen met Harvard professor en grondlegger Michael Porter gaan we dieper in op de inzet van Value Based Healthcare in Nederland. Meer informatie over het congres, de sprekers en het aanmelden: www.digitalezorgevenementen.nl

Auteur: Edward Beerthuizen, senior consultant Vintura

Dit artikel is eerder verschenen op Vintura.com

Read More

Posted on 20/12/2016 in Big Data, Uitgelicht | 1 comment

Big Data in de zorg: kansen en gevaren

Van veel ziekten en aandoeningen is de exacte oorzaak of samenspel van oorzaken niet bekend. Het overgrote merendeel kan niet echt genezen worden, hetgeen resulteert in chronische aandoeningen die vaak slechts symptomatisch behandeld kunnen worden. Big Data biedt mogelijkheden om de kennislacunes op te vullen. Zorggegevens zijn echter zeer privacygevoelig en in het Big Data-tijdperk wordt het steeds lastiger om gegevens echt te anonimiseren. Een ander punt van zorg is het gevaar van centralisatie van (medische) kennis bij private partijen.

Big Data kan gezien worden als een ontwikkeling waarbij grote hoeveelheden gegevens afkomstig uit verschillende gegevensbronnen, aan elkaar gerelateerd worden om te zoeken naar patronen zonder vooraf opgestelde hypothesen. De gegevens zijn vaak afkomstig uit verschillende domeinen en worden gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor ze oorspronkelijk verzameld zijn. Binnen de zorg zijn er vele verschillende gegevensbronnen. Bijvoorbeeld het medisch dossier, dat inmiddels vrijwel volledig gedigitaliseerd is, waarin de ziektegeschiedenis van de individuele patiënt is vastgelegd. Biobanken bevatten grote hoeveelheden waardevolle informatie in de vorm van bloed, urine en weefsel samples. Nieuwe ‘high-throughput’ laboratoriumtechnieken genereren zeer grote hoeveelheden gegevens, zoals next generation sequencing, waarmee relatief goedkoop het gehele genoom van een patiënt in kaart gebracht kan worden. Via het Internet of Things (IoT) kunnen niet alleen allerlei fysiologische zaken zoals lichaamsbeweging en hartslag gemeten worden, maar ook omgevingsfactoren zoals fijnstof.

Door gegevens uit de verschillende bronnen aan elkaar te relateren – Big Data – kan de kennis over oorzaken van ziekten en aandoeningen en de effectiviteit en doelmatigheid van behandelingen toenemen. Een recent voorbeeld is een onderzoek van het Radboudumc in samenwerking met Verily, een zusteronderneming van Google, bij 650 patiënten met de ziekte van Parkinson. Gegevens van onder andere hersenscans, laboratoriumonderzoek en draagbare sensoren die hartfunctie en activiteitsniveau meten (IoT) worden gecombineerd. De gegevens zijn gepseudonymiseerd zodat onderzoekers de gegevens niet tot een individuele patiënt kunnen herleiden. Uiteindelijk wil men wereldwijd honderdduizenden patiënten volgen om zo meer inzicht te krijgen in de oorzaken van de grote verschillen in beloop van deze ziekte bij vergelijkbare patiënten.

Gebrek aan kennis geldt niet alleen voor de Ziekte van Parkinson. In de geneeskunde zijn ondanks de grote hoeveelheid reeds beschikbare kennis, de ‘echte’ oorzaken van ziekten en aandoeningen van met name de frequent voorkomende aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten, diabetes of kanker, niet bekend. Er zijn wel veel risicofactoren geïdentificeerd die de kans op deze ziekten vergroten of verkleinen, maar in verreweg de meeste gevallen gaat het om vrij onspecifieke zaken zoals voeding of te weinig bewegen. Echt genezen lukt (nog) niet. Van de helft van de behandelingen is het effect onbekend, omdat dit (nog) niet onderzocht is. En van de helft die wel onderzocht is, is, zoals Ionannides heeft aangetoond, het resultaat veelal onbetrouwbaar. De computer kan, gevoed door Big Data en met behulp van artificial intelligence, het stellen van een diagnose en het kiezen van de beste behandeling ondersteunen. Een voorbeeld hiervan is beschreven in de The Japan Times van 11 augustus jl. Een patiënte in een universiteitsziekenhuis in Tokyo reageerde niet goed op een maanden durende chemotherapie voor acute myeloide leukemie, een vorm van bloedkanker. Het vermoeden rees dat er sprake was van een ander type leukemie, maar dat kon met gangbare testen niet aangetoond worden. Haar genetische informatie werd ingevoerd in Watson, de supercomputer van IBM. Een zoektocht door zijn database met oncologiegegevens leverde als diagnose op dat ze een zeldzame vorm van secundaire leukemie had. De patiënte reageerde vervolgens goed op een aangepaste therapie.

Big Data-overmoed
Het gebruik van Big Data kent evenwel zijn beperkingen. Zo kunnen alleen correlaties tussen gegevens worden gevonden, maar geen causale verbanden. Veel van de gevonden correlaties zullen op toeval berusten of de relevantie ervan is niet bekend. De mogelijkheden van Big Data moeten niet overschat worden. Met Big Data-overmoed wordt gedoeld op de, veelal impliciete, aanname dat Big Data een alternatief is voor, in plaats van een aanvulling op, de traditionele wijze van gegevens verzamelen en analyseren. Een voorbeeld hiervan is cq. was Google Flu trends, waarbij op basis van Big Data, in dit geval griepgerelateerde zoekvragen, de griepactiviteit werd gemonitord. Klassiek gebeurt dit met behulp van pijlstations. Zo houden in Nederland sinds 1970 circa veertig huisartspraktijken de jaarlijkse griepepidemie bij. In de VS doen de Centres for Disease Control and Prevention (CDC) dit. Deze officiële cijfers lopen gemiddeld twee weken achter op de realiteit. Op basis van zoekvragen op internet zou dit veel simpeler en realtime kunnen was de gedachte. In 2009 publiceerden onderzoekers van Google een artikel in Nature waarin zij aangaven dat de resultaten voor 97% accuraat waren. Een follow-up studie van Butler in 2013 in Nature liet echter zien dat de resultaten in dat jaar er flink naast zaten. Een ander onderzoek gaf aan dat de extrapolatie van zelfs drie weken oude CDC gegevens een betere voorspelling gaven dan Google Flu. Sinds augustus 2015 is de website Google Flu trends overigens uit de lucht. Naast zoekgegevens worden vaak ook gegevens van sociale media in Big Data analyses gebruikt. Om trends in de tijd te volgen zijn evenwel betrouwbare gegevens over een langere periode nodig. De vluchtigheid van sociale media maakt dit lastig.

Privacy
Zorggegevens van patiënten zijn uitermate belangrijk om de eerder geschetste kennislacunes op te vullen. Ze zijn evenwel zeer privacygevoelig. In het Verenigd Koninkrijk ontstond in mei van dit jaar grote opschudding toen bleek dat de NHS, de National Health Service, toegang had gegeven aan DeepMind, een firma gespecialiseerd in kunstmatige intelligentie en zusterbedrijf van Google, tot de medische dossiers van ongeveer 1,6 miljoen patiënten in drie ziekenhuizen. Het bedrijf kreeg daarbij toegang tot niet-geanonimiseerde gegevens. In het Big-Data tijdperk wordt het overigens steeds lastiger om gegevens echt te anonimiseren. Door koppeling van gegevensbestanden kunnen geanonimiseerde gegevens vaak weer gedeanonimiseerd worden. Een belangrijke vraag is of privacy ‘a thing of the past’ gaat worden. Burgers zeggen weliswaar zicht zorgen te maken over hun privacy, maar in hun gedrag blijkt hier weinig van, gezien het gemak waarmee ze allerlei gegevens via sociale media openbaar maken. Op internet betaalt de gebruiker voor veel ‘gratis’ diensten met zijn privacy. Privacy lijkt te verschuiven van iets waarop men recht heeft, naar iets waarvoor men moet betalen. De vraag is of dit ook voor zorggegevens gaat gelden.

Kennis is macht
Een aantal bedrijven, zoals eerder genoemde IBM en DeepMind, werken aan systemen voor kunstmatige intelligentie op het terrein van de medische diagnostiek en behandeling. Dergelijke systemen worden gevoed met wetenschappelijke kennis en patiëntengegevens. Een recent voorbeeld van dit laatste is de analyse van oogscans. DeepMind is met het Moorfields Eye Hospital in het Verenigd Koninkrijk een partnership aangegaan. Een miljoen (geanonimiseerde) oogscans, naast netvliesfoto’s ook zgn. optical coherence tomography scans, zullen de komende vijf jaar geanalyseerd worden. De kennis die gegenereerd wordt en deel uit maakt van de te ontwikkelen AI-software wordt eigendom van het bedrijf volgens een artikel in New Scientist van 6 juli jl.

Binnen de wetenschappelijke wereld wordt de opvatting breed gedragen dat kennis vrijelijk beschikbaar moet zijn voor iedereen. Het is evenwel niet ondenkbaar dat er, net als bij de internetzoekmachines en sociale media, natuurlijke monopolies of oligopolies ontstaan, waarbij één of enkele dominante partijen de kennis extraheren uit vrijelijk beschikbare wetenschappelijke gegevens. Deze kennis is hun eigendom. Hierdoor kan een centralisatie van kennis plaatsvinden, een alomvattende corpus of knowledge die in private handen is. Hierbij kan het door de Amerikaanse hoogleraar Mazzucato beschreven probleem ontstaan dat de samenleving uiteindelijk dubbel betaalt. Allereerst betaalt de samenleving veel van het wetenschappelijk onderzoek dat de gegevens genereert. Bedrijven gebruiken deze vrij beschikbare gegevens om kennis te genereren. Vervolgens kunnen zij hoge prijzen bedingen voor het gebruik van deze kennis.

Daarnaast is een ontwikkeling gaande waarbij de kennisexploratie meer en meer privaat gestuurd wordt. Zo wordt op dit moment reeds veel klinisch onderzoek, met name randomized clinical trials, gefinancierd door de farmaceutische industrie. Zoals hiervoor aangegeven kan Big Data een belangrijke bijdrage leveren aan het opvullen van lacunes in kennis. Als echter deze gegevensstromen via private partijen lopen, zal er commerciële invloed zijn op de richting en wijze waarop de kennislacunes worden opgevuld.

Leo Ottes is auteur van het WRR Working Paper 19 ‘Big Data in de zorg’

Dit artikel verscheen eerder in Digitalezorg.nl Magazine

Read More

Posted on 14/12/2016 in Uitgelicht | 0 comments

Programma om inzicht te krijgen in de behoeftes van de gehandicaptenzorg

De komende maanden organiseren Stichting Digitalezorg.nl en D&A Medical Group een programma om inzicht te krijgen in de wensen en behoeftes van professionals die werkzaam zijn in de gehandicaptenzorg ten aanzien van digitale ondersteuning van het zorgproces.

Het programma start met een openbare online enquête. De resultaten van deze enquête zullen in januari 2017 verder besproken worden tijdens een ronde tafel bijeenkomst in de Zendmast van Lopik. De resultaten van de enquête en de uitkomsten van de ronde tafel worden verwerkt in een analyserapport.

Tot slot zal er in maart 2017 een symposium georganiseerd worden tijdens de Zorg & ICT in Utrecht. Het mini-symposium heeft als thema: Digitaal innoveren door samenwerking.

De enquête is hier te openen

Mocht u nog vragen of opmerkingen hebben over de enquête, neem dan contact met Martijn Claus via info@digitalezorg.nl.

Read More

Posted on 10/11/2016 in Uitgelicht | 1 comment

Uitwisseling medische data is grootste uitdaging voor zorgorganisaties

Het veilig uitwisselen van digitale (medische) gegevens met de eigen organisatie en met externen, is volgens Europese professionals in zorg-ICT momenteel het belangrijkste aandachtspunt. Dat blijkt uit onderzoek van de onafhankelijke zorg&ICT organisatie HIMSS Europe onder zo’n 500 medewerkers in zorg en e-health uit zes Europese landen. Opvallend is dat Nederlandse deelnemers aan het onderzoek hun organisatie een relatief laag cijfer geven voor ‘digitale volwassenheid’, maar wel het meest tevreden zijn over het ICT-budget.

Ruim de helft (54 procent) van de deelnemers aan het internationale onderzoek van HIMSS ziet de uitwisseling van medische gegevens als grootste trend voor 2016/2017. Gevraagd naar de top-3 prioriteiten voor zorg-ICT, noemen de Europese deelnemers: 1. Beschikbare middelen (34 procent); 2. Zelfmanagement van patiënten (26 procent); 3. Gegevensveiligheid (23 procent). Voor Nederland is dat prioriteitenlijstje precies omgekeerd. Voor 33 procent is gegevensbeveiliging het belangrijkste agendapunt, gevolgd door zelfmanagement (31 procent) en beschikbare middelen (25 procent).

himss-onderzoek-infographic

Digitaal maar net volwassen
Nederland scoort laag als het gaat om de digitale volwassenheid van de eigen organisatie. Het gemiddelde Europese cijfer is een 7, Nederlandse professionals in zorg-ICT geven hun organisatie een 6. Toch zijn Nederlanders het meest tevreden over het ICT-budget van hun organisatie. 40 procent geeft aan dat er voldoende middelen zijn (tegen nog wel 60 procent die ontevreden is over de beschikbare middelen). In het Verenigd Koninkrijk vindt slechts 17 procent het ICT-budget voldoende en in Spanje 10 procent.

ICT om patiëntgerichtheid te verbeteren
Ruim negen op de tien Nederlandse deelnemers aan het onderzoek zien ICT als instrument om patiëntgerichtheid en patiëntveiligheid te verbeteren: 51 procent zegt volmondig ja op de vraag, 43 procent zegt in bepaalde mate. De grootste meerderheid ziet dat ICT ook een bijdrage levert aan betere financiële efficiency (38 procent: ja; 49 procent: in bepaalde mate; 13 procent nee). Daarmee scoort Nederland in lijn met het Europese gemiddelde.

Het volledige onderzoek van HIMSS Europe is hier te downloaden.

World of Health IT in Barcelona
HIMSS Europe organiseert op 21 en 22 november aanstaande in Barcelona de conferentie World of Health IT (WoHIT) voor professionals in zorg en ICT. Meer informatie.

Onderzoeksmethodiek
Voor het onderzoek werden 497 mensen ondervraagd: 97 uit Nederland, 138 uit het Verenigd Koninkrijk, 35 uit Duitsland, 18 uit Oostenrijk en 104 uit Scandinavië (28 Zweden en 21 Finland). 56 procent van de ondervraagden werkt in ICT, 24 procent in staffuncties en in corporate governance, 20 procent is medisch specialist. 57 procent is actief in zorgorganisaties en 43 procent voor andere bedrijven en instellingen. Deelnemers werd gevraagd naar de belangrijkste prioriteiten, de uitdagingen voor de zorg, de beschikbare middelen en overheidssteun, en naar de mate van digitale volwassenheid van hun organisatie.

Read More